Onder de reguliere diergeneeskunde valt bv het enten van paarden. Het is verstandig je paard minimaal 1 x per jaar tegen influenza in te enten. Als je paard nog nooit geent is moet hij/zij eerst een basis enting krijgen, dit bestaat officieel uit 3 entingen; de eerste dan de tweede ongeveer 3 weken na de eerste en dan de derde na 6 maanden. De FEI houdt zich aan deze manier van enten, bij de KNHS volstaan 2 entingen met 3 weken tot maximaal 3 maanden ertussen.

Ik maak gebruik van het nieuwste Influenza-vaccin dat op de markt is en de stam in zich heeft die nog niet zo lang geleden is geisoleerd uit een influenzauitbraak in Australie.


Tetanus wordt bij de basis enting standaard meegeent (zit in dezelfde spuit), maar kan daarna eventueel om het jaar geent worden om zo het lichaam van het paard minder te belasten.


Bij een enting kunnen entreacties optreden. Dit zijn eigenlijk bijwerkingen van de enting en kunnen varieren van een dikke plek op de plek van inspuiten ( veelal voor in de borst) tot sloom, hangerig, spierpijn en zelfs koorts. Deze laatste bijwerkingen zien we gelukkig maar zelden.


Dan bestaan er ook nog entingen tegen het Westnile-virus, een ziekte die wordt overgebracht door muggen en recent al is gevonden bij paarden in Italie en Frankrijk, gezien de migratie van muggen wordt de ziekte op korte of langere termijn ook in Nederland verwacht. Het vaccin is al jaren in gebruik in Amerika (waar de ziekte wijd verspeid voorkomt) en wordt besschouwd als een veilig vaccin.


Er is ook een vaccin op de markt voor equine herpes-virus oftewel rhinopneumonie meer bekend als kortweg "rhino". Van het herpesvirus zijn meerdere stammen actief , de voornaamste zijn EHV1 en EHV 4. 1 is wat we noemen de respiratoire vorm en geeft vooral verkoudheidssymptomen. 4 is de abortus vorm en geeft abortus mn. rond de 9-de maand van de dracht. Het vaccin heeft een matige werkzaamheid, om voldoende bescherming te verkrijgen moet voor de respiratoire vorm min. 2 x per jaar geent worden en voor de abortus vorm min. 4 x per jaar. maar 1 vaccin van een fabrikant heeft bewezen werkzaamheid tegen abortus. Het is verstandig om per stal/ paard te kijken of enten tegen rhinopneumonie zinvol is.

Tegen een derde vorm van dit virus de gevreesde neurologische vorm kan niet geent worden.


Een totaal ander soort vaccin is de insol enting. Dit is niet tegen een virus maar tegen een schimmelinfectie. Het paard moet minimaal 2 x geent worden met 2 weken ertussen en dan iedere 9 maanden om het paard te helpen schimmelinfecties tegen te gaan. Het is vooral erg behulpzaam als een paard al een infectie heeft om hem/haar te helpen hiervan te genezen en is een goed alternatief voor het moeten wassen van het paard (de andere mogelijkheid om schimmel te bestrijden) wat in de winter nog wel eens moeilijk is.


Er is ook een vaccin tegen een bacterie voor paarden en dat is de enting voor droes, een infectie met streptococcus equi. Bijna iedereen kent droes wel en het wordt gezien als een kinderziekte die paarden vaak doorlopen als ze jong zijn en waar ze dan lange tijd weerstand tegen houden. Bij jonge en oude dieren kan het soms levensbedreigend zijn. Dit vaccin is vooral geschikt voor grote koppels jonge paarden bv. in de opfok om de besmettingsdruk te verlagen en minder ernstig zieke paarden te krijgen. Dit vaccin voorkomt de ziekte niet maar maakt dat de dieren minder ziek ervan worden.


In principe geldt voor alle vaccins dat paarden evengoed nog de ziekte kunnen krijgen (net als bij mensen, als je geent bent voor de griep kun je het wel nog krijgen maar wordt je er minder ziek van). De werkzaamheid verschilt echter per vaccin, en daarmee de mate waarvan paarden alsnog ziek worden als ze besmet raken.